Defensie

1672 staat als rampjaar in de geschiedenisboeken. In dat jaar verklaarden Frankrijk, Engeland en de bisschoppen van Keulen en Munster de Republiek de oorlog. Die zomer vielen de legers van de bisschoppen en de Franse koning Lodewijk XIV de Republiek der Vereenigde Nederlanden binnen. Met zijn troepen kon hij de ondiepe Neder-Rijn bij Lobith makkelijk oversteken. De rivier was op meerdere plaatsen doorwaadbaar. Datzelfde gold voor de IJssel. Grote delen van de Nederlanden kwamen vervolgens onder Franse bezetting.

Peilschaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Louis de Veertiende steekt de IJssel over.

De oorzaak van de lage waterstand was de lage waterafvoer van de Neder-Rijn, niet ver van Lobith. Op het punt Schenkenschans, waar de Boven Rijn zich in die tijd splitste in Waal en Neder-Rijn was een scheve afvoerverdeling ontstaan tussen beide Rijntakken. Dit probleem speelde al sinds het begin van de 16e eeuw. Tegen het einde van de 17e eeuw stroomde nog maar zo’n vijf procent van het water uit de Boven Rijn de Neder-Rijn in. De Waal voerde als grootste riviertak, al het overige water af.

Nadat in 1678 te Nijmegen de vrede met Frankrijk en de overige vijanden was getekend, zochten bestuurders opnieuw naar oplossingen voor diepere Rijntakken als landsverdediging. Pas toen de Fransen in 1701 weer dreigden binnen te vallen, werden er daadwerkelijk maatregelen genomen. Eén van die maatregelen was de aanleg van een verdedigingswal met gracht (retranchement) tussen de Waal bij Pannerden en de Neder-Rijn bij Angeren. De gracht van dit verdedigingswerk was het begin van wat enkele jaren later het Pannerdensch Kanaal zou worden. Op 14 november 1707 werd het kanaal officieel in gebruik genomen.

Met de realisatie van het Pannerdensch Kanaal werd de cruciale watertoevoer naar de Neder-Rijn en IJssel veilig gesteld. Het kanaal behield zijn sleutelpositie voor de landsverdediging nog tot en met de Koude Oorlog.

TREMANI