In het verleden

Verschillende keren is geprobeerd de waterverdeling tussen de Rijntakken te verbeteren, maar in het begin zonder succes. Vooral de Waalsteden werkten deze pogingen tegen. Nijmegen, Tiel en Dordrecht hadden economisch belang bij een sterke Waalscheepvaart.

In 1702 deden de Staten van Utrecht het voorstel aan de Staten Generaal om van de in 1701 gegraven verdedigingsgracht tussen Pannerden en Doornenburg de nieuwe loop van de Neder-Rijn te maken. Gelderland en Overijssel steunden dit voorstel, maar de steden langs de Waal verzetten zich. Dordrecht gebruikte al zijn invloed in de Staten Generaal om uitvoering van het voorstel te voorkomen. In Gelderland kwam verzet van Nijmegen en Tiel. Desondanks bereikten de Staten van Utrecht, Overijssel en Gelderland in 1706 overeenstemming. Zij legden de verzoeken om uitstel van de Staten Generaal naast zich neer.

Nijmegen heeft de werkzaamheden die binnen het Kwartier van Nijmegen vielen een aantal keren stilgelegd, maar dat uitstel leidde niet tot afstel.  Dordrecht verloor op een gegeven moment de steun van andere Hollandse steden. Niemand leek er nog belang bij te hebben de aanleg van het nieuwe kanaal tegen te houden.

De strijd over de negatieve invloed die het Pannerdensch Kanaal naderhand had op het gedrag van de Rijntakken, ging voornamelijk tussen Gelderland, Holland en na de dijkdoorbraak bij de enclave Huissen ook met het koninkrijk Pruisen. Vooral de onderhandelingen met Pruisen verliepen toen bijzonder moeizaam. Toch konden de ontstane problemen alleen worden opgelost door overleg. De conventie van 1771 slaagde in dit opzicht. Pruisen, Gelderland, Holland en West-Friesland besloten tot een gezamenlijke aanpak. De maatregelen vastgelegd in de conventie van 1771 bleken succesvol. Hiermee werd onder andere de basis gelegd voor de oprichting van Rijkswaterstaat in 1798. Na de uitvoering van de in 1771 overeengekomen rivierwerken is de situatie rond het Pannerdensch Kanaal nog ongeveer hetzelfde zoals we die nu kennen.

TREMANI